ECLI:NL:RBUTR:2011:BU8252
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Bender
- G. Perrick
- R.G.A. Beaujean
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
De rechtbank Utrecht heeft op 9 november 2011 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor het kweken van hennep en diefstal van elektriciteit. De rechtbank baseert haar oordeel op het strafdossier en het proces-verbaal van berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank stelt vast dat de veroordeelde gedurende de periode van 1 augustus 2010 tot 11 maart 2011 twee oogsten van elk 450 hennepplanten heeft gerealiseerd. Uit ervaringsregels en politieonderzoek blijkt dat per plant gemiddeld 28,2 gram hennep wordt geoogst, met een verkoopprijs van €3,28 per gram. De bruto opbrengst wordt berekend op €83.246,40.
Van dit bedrag trekt de rechtbank de kosten af, bestaande uit de inkoop van stekjes (€4,00 per stuk), kweekmedium en voedingsstoffen (€3,33 per plant), en afschrijvingskosten (€300 per oogst), totaal €7.197,00 voor twee oogsten. Het netto wederrechtelijk verkregen voordeel wordt daarmee vastgesteld op €76.049,40.
De verdediging voerde aan dat slechts één oogst succesvol was, maar dit werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht, mede vanwege de verklaring van de partner van de veroordeelde. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €76.049,40 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.