ECLI:NL:RBUTR:2011:BU8608
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P. den Otter
- J.M. Bruins
- M.S. Koppert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor leidinggeven aan niet doen van omzetbelastingaangiften
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het geven van opdracht of feitelijke leiding aan het opzettelijk niet doen van aangiften omzetbelasting door een BV over diverse periodes in 2009 en 2010.
De rechtbank stelde vast dat de BV in de betreffende periodes geen aangiften omzetbelasting had ingediend, terwijl omzet werd gegenereerd. De tenlastelegging bestond uit twee feiten: het niet doen van aangiften en het onjuist doen van aangiften. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was dat verdachte leiding gaf aan deze gedragingen en dat het aangifteformulier onder feit 2 niet daadwerkelijk was ingediend.
Na beoordeling van het dossier concludeerde de rechtbank dat verdachte niet als opdrachtgever of feitelijk leidinggevende kon worden aangemerkt. Ook was onvoldoende bewijs dat het aangetroffen aangifteformulier daadwerkelijk was ingediend bij de Belastingdienst. Verdachte maakte gebruik van zijn zwijgrecht en was niet verschenen. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide feiten.
De rechtbank merkte op dat medeverdachte wel feitelijke leiding gaf aan de verboden gedragingen, maar dat dit niet aan verdachte kon worden toegerekend. De overige verweren behoefden geen bespreking meer. Het vonnis werd uitgesproken op 19 december 2011.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor leidinggeven aan het niet doen van omzetbelastingaangiften.