ECLI:NL:RBUTR:2011:BU9153
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak op bezwaar wegens schending hoorplicht bij WOZ-waardering
Eiser maakte bezwaar tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat hij niet gehoord was ondanks een verzoek daartoe. Verweerder handhaafde de waarde en wees het bezwaar af. De rechtbank oordeelt dat het niet horen van eiser voorafgaand aan de uitspraak op bezwaar een schending is van de hoorplicht zoals neergelegd in artikel 7:2 Awb Pro en artikel 25 Awr Pro, en dat deze schending niet kan worden gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro.
Hoewel eiser na de uitspraak op bezwaar alsnog telefonisch is gehoord, acht de rechtbank dit onvoldoende om de schending te herstellen. De uitspraak op bezwaar wordt daarom vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege het latere horen en de inhoudelijke standpunten van eiser. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, inclusief griffierecht.
De zaak illustreert het belang van de hoorplicht in bezwaarprocedures en bevestigt dat het niet voorafgaand horen van belanghebbenden een fundamenteel gebrek is dat niet kan worden genegeerd. De rechtbank benadrukt dat horen meer is dan een louter vormvoorschrift en dat het belanghebbende de mogelijkheid moet bieden zijn standpunt te verduidelijken voordat een besluit wordt genomen.
Uitkomst: De uitspraak op bezwaar wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, met in stand blijvende rechtsgevolgen en veroordeling in proceskosten.