ECLI:NL:RBUTR:2011:BU9173
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststellingsovereenkomst niet vernietigbaar wegens bedrog ondanks onvolledige informatie over lening en kostenvergoeding
De zaak betreft een geschil tussen Nethave en D-Age over de totstandkoming en uitvoering van een vaststellingsovereenkomst die een co-investeringsrecht betrof. Nethave stelde dat D-Age bij het sluiten van de overeenkomst bedrog had gepleegd door te zwijgen over een lening van Diavolezza aan Hooglanden en de vergoeding van juridische kosten aan een getuige, [gedaagde sub 4].
De rechtbank overwoog dat Nethave op het moment van het sluiten van de overeenkomst en daarna bewust het risico heeft aanvaard dat D-Age onjuiste of onvolledige informatie had verstrekt. Dit bleek uit interne documenten en vergaderingen waaruit bleek dat Nethave twijfelde aan de rechtmatigheid van de verklaringen van [gedaagde sub 4], maar desalniettemin akkoord ging met de schikking.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake was van bedrog in de zin van artikel 3:44 lid 3 BW Pro, omdat Nethave niet door mogelijke leugens of verzwijgingen is bewogen tot het sluiten van de overeenkomst. Bovendien was de overeenkomst niet nietig en was de buitengerechtelijke vernietiging door Nethave niet rechtsgeldig. De vorderingen van Nethave werden afgewezen, terwijl Hooglanden en [gedaagde sub 4] werden veroordeeld tot betaling van € 30 miljoen plus rente aan Nethave.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Nethave af en bevestigt de geldigheid van de vaststellingsovereenkomst, waarbij Hooglanden en [gedaagde sub 4] hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling van € 30 miljoen plus rente.