ECLI:NL:RBUTR:2011:BU9231
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs feitelijk leidinggeven valsheid in geschrift en witwassen
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van valsheid in geschrift en witwassen via de vennootschap [C] en het vastgoed aan een adres te [woonplaats]. Verdachte was formeel aandeelhouder en bestuurder van de moedermaatschappij [B], die alle aandelen van [C] hield. Verdachte gaf aan geen feitelijke leiding te hebben gehad en slechts administratieve handelingen te hebben verricht op verzoek van haar echtgenoot, die de feitelijke leiding voerde.
De rechtbank onderzocht of verdachte opdracht had gegeven tot of feitelijk leiding had gegeven aan de verboden gedragingen. Uit het dossier bleek geen aanwijzing voor inhoudelijke betrokkenheid of wetenschap van strafbare feiten. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet bewust de aanmerkelijke kans op strafbaar handelen had aanvaard.
Ook het witwassen van het vastgoed kon niet aan verdachte worden toegerekend, omdat niet kon worden bewezen dat zij wist of had moeten weten dat het vastgoed gefinancierd was met crimineel vermogen. Verdachte deed ter terechtzitting afstand van het beslag op het vastgoed.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens onvoldoende bewijs. Het vonnis werd uitgesproken op 22 december 2011 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrift en witwassen wegens ontbreken bewijs voor feitelijk leidinggeven en wetenschap.