ECLI:NL:RBUTR:2011:BU9399
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing schorsing tenuitvoerlegging dwangbevel wegens handhaving gemeentelijke dwangsommen
In deze zaak vordert de gemeente Utrecht de opheffing van de schorsing van de tenuitvoerlegging van een dwangbevel tot betaling van €300.000 aan dwangsommen, opgelegd aan opposant vanwege illegale kamerverhuur van panden. Opposant kwam tijdig in verzet tegen het dwangbevel, waardoor de tenuitvoerlegging van rechtswege geschorst werd. De gemeente stelt dat haar beginselplicht tot handhaving en het belang van executie van dwangsommen zwaarder wegen dan het belang van opposant bij rechtsbescherming.
Opposant betwist dit en wijst erop dat zij gebruik heeft gemaakt van alle rechtsbeschermende middelen, waaronder bezwaar, beroep en hoger beroep, en dat zij aanvragen tot legalisatie heeft ingediend die zijn gehonoreerd. De rechtbank overweegt dat het feit dat de executie van de dwangsommen sinds mei 2008 geschorst is geweest, niet automatisch een spoedeisend belang voor de gemeente oplevert. Het aanwenden van rechtsmiddelen door opposant is een wettelijk recht en leidt niet tot ondermijning van de handhaving.
Na belangenafweging oordeelt de rechtbank dat het belang van opposant bij rechtsbescherming zwaarder weegt dan het belang van de gemeente bij voortzetting van de executie. De incidentele vordering van de gemeente wordt daarom afgewezen en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: Het verzoek van de gemeente tot opheffing van de schorsing van de tenuitvoerlegging van het dwangbevel wordt afgewezen.