ECLI:NL:RBUTR:2011:BU9755
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Bender
- J.R. Krol
- M.H.L. Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak deels en voorwaardelijke gevangenisstraf bij bijstandsfraude wegens niet melden samenwoning
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van bijstandsfraude door het niet tijdig melden van samenwoning met haar medeverdachte tussen 1 januari 2002 en 27 april 2010. De rechtbank oordeelde dat de bewezenverklaring slechts kon worden vastgesteld voor de periode vanaf 1 juli 2004, omdat er onvoldoende bewijs was voor samenwoning in de eerdere periode.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte vanaf medio 2004 opzettelijk geen melding maakte van haar samenwoning, waardoor zij onterecht bijstand ontving. De verklaring van verdachte en haar medeverdachte, evenals de ingevulde inkomstenformulieren, ondersteunden dit oordeel. Voor de periode van 1 januari 2002 tot 1 juli 2004 sprak de rechtbank verdachte vrij.
Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een ernstige vorm van reuma, legde de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank benadrukte dat misbruik van sociale voorzieningen het sociale stelsel ondermijnt, maar dat de medische situatie van verdachte een verzachtende omstandigheid vormt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken voor de periode 2002-2004 en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar voor de periode 2004-2010.