ECLI:NL:RBUTR:2011:BV0347
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak valsheid in geschrift en witwassen wegens onvoldoende bewijs werkzaamheden en criminele herkomst gelden
De rechtbank Utrecht behandelde op 22 december 2011 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van valsheid in geschrift en witwassen. De officier van justitie stelde dat verdachte voor vier facturen geen werkzaamheden had verricht, terwijl de verdediging stukken overlegde waaruit werkzaamheden zouden blijken.
De rechtbank oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen was dat verdachte geen werkzaamheden had verricht voor de facturen. De overgelegde handgeschreven notities en andere stukken, deels afkomstig van de directeur van verdachte, konden niet worden uitgesloten als bewijs van werkzaamheden.
Met betrekking tot het witwassen oordeelde de rechtbank dat niet was komen vast te staan dat verdachte wist of had moeten weten dat de ontvangen gelden een criminele achtergrond hadden. Hierdoor sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlastegelegde feiten. De dagvaarding was geldig, de rechtbank bevoegd en de officier ontvankelijk, maar het bewijs ontbrak voor veroordeling.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van valsheid in geschrift en witwassen wegens onvoldoende bewijs.