ECLI:NL:RBUTR:2011:BV1501

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
14 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-601003-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking ongegrondverklaring klaagschrift inzake beslag en teruggave auto

In deze strafzaak heeft de rechtbank Utrecht op 14 december 2011 uitspraak gedaan over een klaagschrift ingediend door klager tegen het beslag op een blauwe Peugeot.

De auto was op 12 oktober 2011 in beslag genomen in het kader van een strafzaak tegen een medeverdachte. Klager verzocht om opheffing van het beslag en teruggave van de auto.

De officier van justitie stelde dat het klaagschrift ongegrond moest worden verklaard omdat de auto was gebruikt bij het plegen van een misdrijf en klager hiervan op de hoogte was of had moeten zijn, mede gezien zijn strafblad en familiebanden.

De rechtbank overwoog dat in het vonnis van dezelfde rechtbank op dezelfde dag al was bepaald dat de auto aan de rechthebbende, te weten klager, moest worden teruggegeven. Daarom werd het klaagschrift ongegrond verklaard.

De beschikking werd gewezen door de meervoudige strafkamer, waarbij mr. Reichardt niet kon medeondertekenen.

Uitkomst: Het klaagschrift tot opheffing van het beslag op de auto is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer: 16/601003-11
Rekestnummer: 11/1856
Beschikking van de meervoudige strafkamer, op het op 25 oktober 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager],
geboren op [1982],
wonende te [woonplaats],
domicilie kiezende te Arnhem, ten kantore van diens raadsman
mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Arnhem,
hierna te noemen klager.
Het klaagschrift is op de openbare terechtzitting van de meervoudige strafkamer behandeld op 30 november 2011, gelijktijdig met de behandeling van de strafzaak met voormeld parketnummer.
Gehoord zijn de officier van justitie en de raadsman, mr. B.P.J. van Riel voornoemd.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag en tot teruggave aan klagers van de in het klaagschrift genoemde voorwerp, dat onder [medeverdachte] in beslag is genomen.
De rechtbank heeft kennis genomen van:
- voornoemd klaagschrift;
- de inhoud van het dossier in de strafzaak tegen [medeverdachte] (met bovenvermeld parketnummer);
- het vonnis van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Utrecht op 14 december 2011 in de strafzaak tegen [medeverdachte] (met bovenvermeld parketnummer);
- de overige zich in het procesdossier bevindende stukken.
Overwegingen
In de strafzaak van [medeverdachte] is op 12 oktober 2011 een auto in beslag genomen, te
weten een blauwe Peugeot voorzien van kenteken [kenteken].
Het klaagschrift is tijdig ingediend en in zoverre ontvankelijk.
De raadsman heeft ter zitting van 30 november 2011 volhard bij hetgeen in het klaagschrift is
aangevoerd en verzocht.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het klaagschrift,
omdat de auto is gebruikt bij het plegen van een misdrijf en klager hiervan op de hoogte was
of moest zijn geweest, mede gelet op het feit dat klager een strafblad met soortgelijke
strafbare feiten heeft en hij de zoon is van [X] medeverdachte van [medeverdachte 2].
De rechtbank overweegt het volgende. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag en
teruggave van de auto aan klager. In het vonnis van deze rechtbank van 14 december 2011
heeft de rechtbank reeds de teruggave gelast van de blauwe Peugeot, voorzien van kenteken
[kenteken] aan degene die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt, te weten
[klager], zijnde klager. Gelet hierop dient het beklag ongegrond te worden verklaard.
Beslissende:
Verklaart het beklag ongegrond.
Deze beslissing is gewezen door mr. R.P den Otter, voorzitter, mr. N.E.M. Kranenbroek en mr. T. Reichardt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.R. Bakkenes, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting op 14 december 2011.
Mr. Reichardt is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.