ECLI:NL:RBUTR:2011:BV3058
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontruiming en non-concurrentie vordering franchisenemer supermarkt
Super de Boer en [gedaagde] zijn partijen in een geschil over de exploitatie van een supermarktlocatie te [vestigingsplaats]. [gedaagde] was franchisenemer van Super de Boer en exploiteerde de supermarkt volgens de Super de Boer formule. Na de overname van Super de Boer door Jumbo en de geplande overgang naar C1000 formule weigerde [gedaagde] mee te werken aan deze wijziging en exploiteerde zij de supermarkt onder eigen naam.
Super de Boer vorderde in kort geding ontruiming van de bedrijfsruimte en een verbod op exploitatie onder eigen naam wegens wanprestatie en schending van een non-concurrentiebeding. De rechtbank oordeelde dat de samenwerkingsovereenkomst per 1 november 2011 was geëindigd en dat het voortijdig einde niet uitsluitend aan [gedaagde] te wijten was. Tevens was onvoldoende aannemelijk dat de bodemrechter tot ontbinding van de huurovereenkomst zou komen.
De rechtbank nam mee dat Super de Boer ruim een jaar had gewacht met het instellen van een bodemprocedure en dat een ontruiming onomkeerbare gevolgen zou hebben voor [gedaagde]. Ook het non-concurrentiebeding kon niet worden ingeroepen. De vorderingen werden afgewezen en Super de Boer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Super de Boer tot ontruiming en verbod op exploitatie worden afgewezen.