ECLI:NL:RBUTR:2011:BV5039
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- E.A. Messer
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in cocaïne met gedeeltelijke vrijspraak overige feiten
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het handelen in cocaïne in de periode van 10 september 2010 tot en met 9 december 2010. Het bewijs bestond uit afgeluisterde telefoongesprekken, een boekje met telefoonnummers en namen, en verklaringen van getuigen. De handel in andere harddrugs en softdrugs, deelname aan een criminele organisatie en het bezit van drugs en geneesmiddelen op een andere locatie werden niet bewezen verklaard.
Het onderzoek startte met een tap op telefoonnummers en IMEI-nummers, waarbij verdachte werd geïdentificeerd als gebruiker van twee telefoonnummers die in contact stonden met medeverdachte. Tijdens een huiszoeking werden onder meer geld, drugs, wapens en telefoons in beslag genomen. De rechtbank concludeerde dat verdachte samen met anderen cocaïne verhandelde, maar onvoldoende bewijs was voor handel in hasj, deelname aan een criminele organisatie of het bewust aanwezig hebben van drugs in een andere woning.
De officier van justitie eiste 20 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank legde een lagere straf op van 8 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte en de duur van het voorarrest. Daarnaast werden diverse in beslag genomen voorwerpen verbeurd verklaard en andere teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk, voor handel in cocaïne.