ECLI:NL:RBUTR:2011:BV5349
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- E.A. Messer
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van drugshandel en deelname criminele organisatie
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van handel in diverse harddrugs, bezit van hasj, deelname aan een criminele organisatie en het aanwezig hebben van heroïne en andere verdovende middelen. De tenlastelegging betrof perioden van juli tot december 2010 en een incident in januari 2011.
De rechtbank oordeelde dat de tapgesprekken onvoldoende bewijs leverden voor handel in drugs en dat geen drugs bij verdachte zelf waren aangetroffen. Ook was er geen bewijs van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband dat een criminele organisatie zou vormen. Hoewel heroïne werd gevonden in de woning van verdachte, kon niet overtuigend worden vastgesteld dat verdachte zich bewust was van de aanwezigheid hiervan.
Verder werd tijdens een doorzoeking drugs en wapens aangetroffen in een woning die als 'safehouse' werd beschouwd, maar ook hiervoor ontbrak bewijs dat verdachte hiervan op de hoogte was. De rechtbank hechtte waarde aan het ontbreken van directe toerekening en sprak verdachte daarom vrij van alle feiten.
De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de in beslag genomen voorwerpen die niet vatbaar waren voor verbeurdverklaring werden aan verdachte teruggegeven. De uitspraak werd gedaan op 7 november 2011 door een meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs.