ECLI:NL:RBUTR:2011:BV5389
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- E.A. Messer
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in cocaïne met gedeeltelijke vrijspraak overige feiten
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het handelen in cocaïne gedurende de periode van 9 september 2010 tot en met 9 december 2010. Dit oordeel is gebaseerd op uitgebreid taponderzoek, waaronder gesprekken waarin versluierde taal over drugsgebruik en handel werd gevoerd, en deskundigenonderzoek dat bevestigde dat verdachte de gebruiker was van het betreffende telefoonnummer.
De tenlastelegging betrof ook handel in hasj, deelname aan een criminele organisatie, en het bezit van drugs en geneesmiddelen op een woningadres. Voor deze feiten sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs, met name het ontbreken van bewijs voor aanwezigheid van hasj in de woning en het ontbreken van een gestructureerde criminele organisatie.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de schadelijke effecten van cocaïnehandel, eerdere veroordelingen van verdachte, en de maatschappelijke impact van drugshandel. De officier van justitie eiste 15 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank legde een straf van 8 maanden op, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard, en bepaalde voorwerpen werden aan verdachte teruggegeven. De uitspraak vond plaats op 7 november 2011 na behandeling van de zaak in september en oktober 2011.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk, voor handel in cocaïne en vrijgesproken van overige feiten.