ECLI:NL:RBUTR:2011:BV5468
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- E.A. Messer
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel in cocaïne en bezit heroïne met vrijspraak overige feiten
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld voor het handelen in cocaïne in de periode van 12 september tot 9 december 2010 en het bezit van 1,91 gram heroïne op 18 januari 2011. Uit tapgesprekken en andere bewijzen blijkt dat verdachte betrokken was bij de handel in cocaïne, waarbij versluierde termen als "vingers" werden gebruikt. Verdachte werd vrijgesproken van handel in hasj, deelname aan een criminele organisatie en het bezit van andere drugs en geneesmiddelen.
Het bewijs bestond uit afgeluisterde telefoongesprekken, verklaringen van getuigen, vondsten bij doorzoekingen en de analyse van de aangetroffen heroïne. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs was voor de aanwezigheid van een criminele organisatie en dat verdachte niet bewust was van drugs in de woning die als safehouse werd beschouwd.
De rechtbank achtte de feiten ernstig vanwege de schadelijkheid van cocaïne en heroïne en de maatschappelijke gevolgen van drugshandel. Verdachte had geen eerdere veroordelingen. De officier van justitie eiste 15 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank legde 8 maanden op, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 1 maand voorwaardelijk, voor handel in cocaïne en bezit van heroïne.