ECLI:NL:RBUTR:2011:BV7574
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Oplegging ISD-maatregel wegens recidive en onvoldoende motivatie voor behandeling
Verdachte is op 12 juni 2010 veroordeeld voor mishandeling van zijn levensgezel, waarbij hij haar meermalen heeft geslagen, getrapt en haar keel dichtkneep. Na een tussenvonnis waarbij de bewezenverklaring werd vastgesteld, werd de strafoplegging aangehouden om een ambulante behandeling onder strikte voorwaarden te proberen.
De rechtbank constateerde dat verdachte onvoldoende motivatie toonde voor deze behandeling, ondanks voorwaarden zoals een contactverbod, verblijf bij zijn ouders en behandeling bij gespecialiseerde instellingen. Rapporten van Centrum Maliebaan en de reclassering toonden aan dat verdachte geen ziekte-inzicht had en het contactverbod niet begreep, wat leidde tot herhaald contact met het slachtoffer.
De officier van justitie vorderde daarom alsnog de ISD-maatregel voor twee jaar, wat de rechtbank wenselijk en noodzakelijk achtte gezien de recidive, agressie- en alcoholproblematiek en het risico op nieuwe misdrijven. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf werd afgewezen omdat deze niet opportuun werd geacht naast de ISD-maatregel.
De rechtbank legde de ISD-maatregel op voor de maximale duur van twee jaar, met een tussentijdse beoordeling na zes maanden, en besloot dat de tijd in voorlopige hechtenis niet in mindering wordt gebracht. De beslissing werd uitgesproken op 18 maart 2011 door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een ISD-maatregel van twee jaar wegens mishandeling en onvoldoende motivatie voor behandeling.