ECLI:NL:RBUTR:2011:BV7708
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Bruna
- M.J. Grapperhaus
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van 'pakezel' maar veroordeling voor invoer cocaïne tot 9 maanden gevangenisstraf
Verdachte heeft tussen 18 en 25 maart 2011 ongeveer 685 gram cocaïne vanuit de Dominicaanse Republiek via Frankfurt en Arnhem naar Utrecht gebracht. Bij zijn aanhouding meldde hij zich vrijwillig bij de politie, waarbij de cocaïne in zijn koffer en ontlasting werd aangetroffen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte de cocaïne opzettelijk heeft ingevoerd en aanwezig had in Nederland.
De verdediging voerde aan dat verdachte als 'pakezel' moest worden beschouwd vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder de ziekte van zijn vriendin en financiële noodzaak. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat verdachte niet als pakezel kwalificeert, mede vanwege eerdere onvoorwaardelijke gevangenisstraffen voor soortgelijke feiten en het feit dat hij alternatieven had om geld te verdienen.
De officier van justitie eiste 12 maanden gevangenisstraf, maar de rechtbank legde een lagere straf van 9 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden en het feit dat gedetineerd zijn in Nederland voor verdachte zwaarder is vanwege zijn woonplaats in de Dominicaanse Republiek.
Daarnaast gelastte de rechtbank de teruggave van in beslag genomen persoonlijke eigendommen zoals een trolleykoffer, laptop en vliegticket, omdat deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring. Verdachte wordt vrijgesproken van wat meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde.
De rechtbank baseerde haar oordeel op artikel 2 onder Pro A van de Opiumwet en verklaarde verdachte strafbaar voor het opzettelijk handelen in strijd met dit verbod.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van cocaïne.