ECLI:NL:RBUTR:2011:BV7780

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
23 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/600353-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14f SrArt. 14g SrArt. 27 WvSrArt. 366a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging proeftijd wegens niet-naleving bijzondere voorwaarde behandeling zedendelinquent

De veroordeelde was bij vonnis van 20 juli 2009 veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Een bijzondere voorwaarde was dat hij zich tijdens de proeftijd moest houden aan de voorschriften van de reclassering, waaronder deelname aan een behandeling bij De Waag voor zedendelinquenten.

De veroordeelde heeft deze bijzondere voorwaarde niet nageleefd door de zedenbehandeling vroegtijdig af te breken. Wel hield hij zich aan meldplichtcontacten en afspraken, en meldde zich later bij De Waag in Utrecht in de hoop op een andere behandeling. De zaak werd aangehouden voor een nieuw reclasseringsadvies.

Uit het advies van 21 juni 2011 blijkt dat de veroordeelde inmiddels gemotiveerd is en een aantal individuele en groepssessies bij De Waag in Utrecht heeft gevolgd. De reclassering adviseert daarom de proeftijd met één jaar te verlengen. De officier van justitie vordert dit en de verdediging stemt toe.

De rechtbank acht de voorwaarden voor verlenging aanwezig en besluit conform artikel 14f en 14g Sr de proeftijd met één jaar te verlengen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 23 juni 2011.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de proeftijd met één jaar wegens niet-naleving van de bijzondere voorwaarde behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
Parketnummer: 16/600353-09
Datum uitspraak: 23 juni 2011
Beslissing na voorwaardelijke veroordeling
Beslissing van de rechtbank te Utrecht, meervoudige kamer voor strafzaken, naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 8 februari 2011, strekkende tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijk geworden vonnis van 20 juli 2009 door de meervoudige kamer van deze rechtbank, in de zaak tegen de veroordeelde:
[veroordeelde],
geboren te [geboorteplaats] op [1958],
wonende te [adres], [woonplaats].
De rechtbank heeft acht geslagen op de zich in het dossier van de veroordeelde bevindende stukken, waaronder:
- een afschrift van voormeld vonnis, waarbij de veroordeelde onder meer is veroordeeld tot -kort gezegd- een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 WvSr Pro., waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook indien dit inhoudt behandeling bij De Waag;
- een kennisgeving als bedoeld in artikel 366a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
- een brief van het Leger des Heils, jeugdzorg en Reclassering, unit Den Haag d.d. 27 december 2010, waaruit blijkt dat de veroordeelde voormelde bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
- een proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 3 maart 2011. Op deze terechtzitting is de zaak aangehouden, waarbij de stukken in handen zijn gesteld van de officier van justitie teneinde een nieuw reclasseringsrapport omtrent veroordeelde te doen opmaken;
- een advies van het Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering, unit Den Haag, d.d. 21 juni 2011, waarin wordt geadviseerd om de proeftijd te verlengen met één jaar.
Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 23 juni 2011, waarbij zijn gehoord de officier van justitie, de veroordeelde en zijn raadsvrouw, mr. R.E.H. de Jager, alsmede de heer M.C. Telleman, reclasseringsmedewerker.
OVERWEGINGEN:
De veroordeelde heeft zich niet gehouden aan de hem bij vonnis d.d. 20 juli 2009 opgelegde bijzondere voorwaarde dat hij een behandeling bij De Waag moest volgen. De zedenbehandeling is door hem vroegtijdig afgebroken, waardoor de reclassering heeft geadviseerd het voorwaardelijk opgelegde strafdeel ten uitvoer te leggen.
Veroordeelde heeft ter terechtzitting d.d. 3 maart 2011 aangegeven dat hij niet gemotiveerd was om bij De Waag in Leiden deel te nemen aan een groepsbehandeling. Hij heeft zich echter wel gehouden aan de meldplichtcontacten en de afspraken met De Waag in Leiden. De veroordeelde heeft zich voorts aangemeld bij De Waag in Utrecht in de hoop dat hij daar een andere behandeling zou krijgen. De zaak is op 3 maart 2011 aangehouden om de reclassering opnieuw een advies te laten uitbrengen.
Inmiddels heeft de veroordeelde blijkens het advies van het Leger des Heils d.d. 21 juni 2011 bij De Waag in Utrecht een aantal individuele en groepssessies gevolgd. Aangezien de veroordeelde nu wel gemotiveerd is deel te nemen aan een groepsbehandeling voor zedendelinquenten, is geadviseerd de proeftijd te verlengen met één jaar. De officier van justitie heeft ter terechtzitting overeenkomstig het advies gevorderd en de raadsvrouw en de veroordeelde kunnen zich daarin vinden.
Op grond van het onderzoek ter zitting, alsmede gelet op de inhoud van voormeld advies van de Stichting Reclassering Nederland d.d. 21 juni 2011, acht de rechtbank termen aanwezig de proeftijd te verlengen.
De rechtbank heeft gelet op artikel 14f en 14g van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING:
De rechtbank:
Verlengt de proeftijd van twee jaren die is vastgesteld in voormeld vonnis met één jaar.
Aldus gedaan door mrs. L.M.G. de Weerd, voorzitter, Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn en E.C.A. Bakker, rechters, bijgestaan door mr. K. Verspaget-Kruyt als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van deze rechtbank van 23 juni 2011.
De jongste rechter is buiten staat om deze beslissing mede te ondertekenen.