ECLI:NL:RBUTR:2011:BW8810
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging zwaar lichamelijk letsel met mes
Op 7 oktober 2011 vond een ruzie plaats waarbij verdachte een mes in zijn hand had en het slachtoffer werd geduwd. De officier van justitie stelde dat verdachte het slachtoffer met het mes had geprobeerd te verwonden, gebaseerd op getuigenverklaringen en politieconstatering van letsel.
De verdediging voerde aan dat er geen onderzoek was gedaan naar het mes en het letsel, en dat getuigen niet konden bevestigen dat het mes daadwerkelijk het slachtoffer had geraakt. Ook ontbrak een medische verklaring en waren er geen foto’s van het letsel in het dossier. Volgens de verdediging had verdachte slechts een duw gegeven zonder opzet.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende bewijs boden dat verdachte het mes had gebruikt om het slachtoffer te snijden of steken. Het ontbreken van onderzoek naar het mes en het letsel versterkte dit oordeel. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel poging tot zwaar lichamelijk letsel als mishandeling en wees de vordering tot tenuitvoerlegging af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het slachtoffer met een mes heeft verwond.