ECLI:NL:RBUTR:2011:BW8810

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
2 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16/600981-11; 16/504046-10 (TUL) [P]
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging zwaar lichamelijk letsel met mes

Op 7 oktober 2011 vond een ruzie plaats waarbij verdachte een mes in zijn hand had en het slachtoffer werd geduwd. De officier van justitie stelde dat verdachte het slachtoffer met het mes had geprobeerd te verwonden, gebaseerd op getuigenverklaringen en politieconstatering van letsel.

De verdediging voerde aan dat er geen onderzoek was gedaan naar het mes en het letsel, en dat getuigen niet konden bevestigen dat het mes daadwerkelijk het slachtoffer had geraakt. Ook ontbrak een medische verklaring en waren er geen foto’s van het letsel in het dossier. Volgens de verdediging had verdachte slechts een duw gegeven zonder opzet.

De rechtbank oordeelde dat de verklaringen onvoldoende bewijs boden dat verdachte het mes had gebruikt om het slachtoffer te snijden of steken. Het ontbreken van onderzoek naar het mes en het letsel versterkte dit oordeel. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel poging tot zwaar lichamelijk letsel als mishandeling en wees de vordering tot tenuitvoerlegging af.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het slachtoffer met een mes heeft verwond.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16/600981-11; 16/504046-10 (TUL) [P]
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 december 2011
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [1970] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats], [adres]
raadsman mr. J.P.W. Nijboer, advocaat te Utrecht
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 18 november 2011, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
primair: op 7 oktober 2011 heeft geprobeerd om [slachtoffer] met een mes (in zijn hand) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Subsidiair is tenlastegelegd dat verdachte op genoemde datum [slachtoffer] met een mes (in zijn hand) heeft mishandeld.
3 De voorvragen
De rechtbank heeft geconstateerd dat de dagvaarding geldig is, de rechtbank bevoegd is, de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen reden is voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
Op 7 oktober 2011 heeft er een ruzie plaatsgevonden tussen het slachtoffer [slachtoffer] en verdachte, waarbij verdachte een mes in handen heeft gehad en waarbij [slachtoffer] is geduwd. Omtrent het incident zijn door diverse getuigen verklaringen afgelegd.
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de verklaringen van de aangever [slachtoffer], de getuige [getuige 1] en de getuige [getuige 2]. Voorts wijst de officier van justitie op de bevindingen van de politie die letsel bij [slachtoffer] hebben geconstateerd.
4.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en wijst er op dat geen onderzoek is gedaan aan het onder verdachte inbeslaggenomen mes, terwijl dit wel had gekund. Een dergelijk onderzoek had mogelijk belastend en/of ontlastend bewijsmateriaal kunnen opleveren. Verder heeft de verdediging aangevoerd dat er geen foto’s van het letsel van [slachtoffer] in het dossier zitten.
De raadsman wijst op de verklaring van de getuige [getuige 3]. Zij heeft verklaard dat verdachte het slachtoffer een duw gaf met de hand waarin hij het mes niet vasthield. De hand met daarin het mes had verdachte op zijn rug. Dat komt overeen met de verklaring van verdachte zelf.
De getuige [getuige 1] heeft enkel verklaard dat zij zag dat verdachte een duw gaf, maar zij verklaart niet met welke hand dit is gebeurd.
De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij zag dat verdachte met beide handen duwde, maar zij heeft niet verklaard dat het mes dat verdachte vasthield, ook daadwerkelijk de hals/nek van het slachtoffer heeft geraakt. Kennelijk heeft zij dit niet gezien. De verdediging acht de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] niet bruikbaar voor het bewijs.
Verder is er geen medische verklaring in het dossier met betrekking tot het letsel van [slachtoffer]. Het geconstateerde letsel kan derhalve ook op een ander tijdstip zijn ontstaan.
Indien de rechtbank van oordeel is dat er voldoende bewijs voorhanden is, dan wijst de verdediging er op dat het (voorwaardelijk) opzet bij verdachte heeft ontbroken.
Hij heeft het slachtoffer slechts een duw gegeven en is direct daarna weggelopen. Hij hoefde niet te verwachten dat door deze duw letsel zou ontstaan.
De verdediging is dan ook van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
De tenlastelegging behelst het verwijt onder zowel primair als subsidiair dat verdachte [slachtoffer] met een mes heeft gesneden/gestoken, dan wel dat hij [slachtoffer] met een mes in de hand heeft geduwd, waardoor letsel bij [slachtoffer] is ontstaan.
Uit de verklaringen van de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en van verdachte zelf, kan blijken dat verdachte achter zijn rug een mes in zijn hand heeft gehad en dat hij [slachtoffer] heeft geduwd. Echter, uit die verklaringen zijn, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende aanwijzingen naar voren gekomen dat verdachte dit mes op enig moment vanachter zijn rug heeft gehaald en daarmee heeft gesneden/gestoken, dan wel dat hij met dat mes in de hand [slachtoffer] heeft geduwd. Evenmin blijkt uit die verklaringen in voldoende mate dat dit mes op enig ander moment ook daadwerkelijk de keel/hals van het slachtoffer heeft geraakt, waardoor het letsel bij [slachtoffer] is ontstaan. Dit kan ook niet meer worden vastgesteld nu er geen onderzoek is gedaan naar het letsel en het mes. In het dossier bevinden zich geen foto’s en/of een medische verklaring omtrent het letsel.
De rechtbank acht daarom niet overtuigend bewezen dat verdachte het primair en subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan en zal hem dan ook vrijspreken.
Nu verdachte wordt vrijgesproken, dient de vordering tot tenuitvoerlegging te worden afgewezen.
5 De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde feit;
Vordering tenuitvoerlegging
- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.G. van Doorn, voorzitter, mr. D.A.C. Koster en A.M. Crouwel, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Nieboer, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 december 2011.
Mr. A.G. van Doorn is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.