ECLI:NL:RBUTR:2011:BX3500
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet beveiligingsmedewerker wegens alcohollucht bij aanvang dienst
De werknemer, werkzaam als detentietoezichthouder bij G4S, werd op 28 januari 2010 op staande voet ontslagen wegens het verrichten van werkzaamheden met een naar alcohol ruikende adem, in strijd met de cao. De werknemer betwistte dit en stelde dat de alcohollucht mogelijk afkomstig was van mondspoeling (Listerine) of een energiedrankje (Bullit), en dat een bloedtest geen alcoholgebruik aantoonde.
De kantonrechter stelde vast dat G4S haar bewijslevering was gelukt door middel van meerdere getuigenverklaringen die eensluidend een sterke alcohollucht bij de werknemer hadden waargenomen. De werknemer had onvoldoende onderbouwing gegeven voor zijn alternatieve verklaringen. Ook het verzoek om een bloedtest ter plekke werd door G4S geweigerd, maar dit werd niet als schending van het verdedigingsrecht beoordeeld.
De rechter concludeerde dat het alcoholgebruik voldoende was om een dringende reden voor ontslag op staande voet te rechtvaardigen, mede gezien eerdere waarschuwing en de strikte eisen van de opdrachtgever. De vorderingen van de werknemer tot loonbetaling en herplaatsing werden afgewezen en hij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens alcohollucht bij aanvang dienst wordt bevestigd en de vorderingen van de werknemer worden afgewezen.