Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De vordering tot tenuitvoerlegging
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de ten laste gelegde feiten;
[verdachte]wordt tenlastegelegd dat
Rechtbank Utrecht
De rechtbank Utrecht heeft op 3 oktober 2012 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van deelname aan een organisatie gericht op drugshandel en het voorhanden hebben van verdovende middelen. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 11 juni en 19 september 2012. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het eerste feit en stelde dat het tweede feit wettig en overtuigend bewezen was.
De verdediging voerde aan dat niet kon worden bewezen dat verdachte opzet had op deelname aan een organisatie en dat hij geen zeggenschap had over de aangetroffen drugs. De rechtbank oordeelde dat niet kon worden bewezen dat verdachte deel uitmaakte van een georganiseerde criminele organisatie en sprak hem vrij van het eerste feit. Ten aanzien van het tweede feit vond de rechtbank dat het enkele feit dat verdachte zich in de woning bevond onvoldoende bewijs was voor het voorhanden hebben van de drugs. Ook hier sprak de rechtbank verdachte vrij.
De officier van justitie had tevens gevorderd dat een eerder opgelegde voorwaardelijke straf ten uitvoer zou worden gelegd, maar deze vordering werd afgewezen wegens de vrijspraak. De rechtbank gelastte de teruggave van de in beslag genomen mobiele telefoon aan verdachte. Hiermee werd verdachte volledig vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van deelname aan een organisatie en het voorhanden hebben van verdovende middelen wegens onvoldoende bewijs.