Uitspraak
RECHTBANK UTRECHT
[minderjarige],
Rechtbank Utrecht
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin de man toestemming vroeg voor de erkenning van zijn kind en gezamenlijk gezag wilde verkrijgen. De man stelde de biologische vader te zijn, wat door de vrouw werd bevestigd. De rechtbank concludeerde dat erkenning volgens het Nigeriaanse recht mogelijk is en dat de vrees van de vrouw dat de man het kind zonder haar toestemming naar Nigeria zou meenemen onvoldoende was onderbouwd. Daarom werd de vervangende toestemming voor erkenning verleend.
Ten aanzien van het gezamenlijk gezag wees de rechtbank het verzoek af. De vrouw had aangevoerd dat de man onvoldoende geïntegreerd is in Nederland, nog sterke banden met Nigeria onderhoudt, en dat culturele verschillen en communicatieproblemen het gezamenlijk gezag bemoeilijken. De rechtbank oordeelde dat de ouders niet in staat zijn tot een behoorlijke gezamenlijke gezagsuitoefening en dat dit niet in het belang van het kind is.
Over de omgangsregeling stelde de rechtbank vast dat de voorlopige regeling bevredigend verloopt en stelde zij een omgang toe van een dagdeel per weekend. Partijen wordt aanbevolen zelf verdere afspraken te maken over uitbreiding van de omgang.
De beschikking werd op 28 november 2012 uitgesproken door kinderrechter R.C. Stijnen.
Uitkomst: Toestemming voor erkenning verleend, gezamenlijk gezag afgewezen, omgangsregeling vastgesteld.