Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Rechtbank Utrecht
Op 18 juli 2011 stak verdachte meerdere malen met een mes op twee slachtoffers in Utrecht. Slachtoffer 1 liep ernstige verwondingen op, waaronder een partiële dwarslaesie, en slachtoffer 2 een steekwond in de rug. Verdachte werd vervolgd voor poging moord op beide slachtoffers en poging tot zware mishandeling.
De rechtbank oordeelde dat poging moord niet bewezen kon worden vanwege het ontbreken van voorbedachten rade, maar dat poging doodslag op slachtoffer 1 en poging tot zware mishandeling op slachtoffer 2 wettig en overtuigend bewezen waren. Verdachte handelde met (voorwaardelijk) opzet op deze feiten.
Deskundigen van het Pieter Baan Centrum stelden vast dat verdachte leed aan schizofrenie en volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van de feiten. De rechtbank volgde dit advies en ontsloeg verdachte van alle rechtsvervolging, maar legde een maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging op vanwege de ernst van de feiten en het gevaar voor de samenleving.
De rechtbank kende aan slachtoffer 1 een schadevergoeding toe van €13.015,76 en aan slachtoffer 2 een bedrag van €1.090,00, beide inclusief materiële en immateriële schade. De overige vorderingen werden afgewezen. De maatregel en vergoedingen zijn gebaseerd op relevante artikelen uit het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging moord, veroordeeld voor poging doodslag en zware mishandeling, maar ontslagen van alle rechtsvervolging wegens volledige ontoerekeningsvatbaarheid en opgelegd TBS met dwangverpleging.