ECLI:NL:RBUTR:2012:BV0635
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Wraking van arbiter wegens schijn van partijdigheid door kantoorgenoot relatie
Verzoekster heeft de arbiters gewraakt wegens vermeende partijdigheid, omdat arbiter 1 werkzaam is op hetzelfde kantoor als een voormalige adviseur van tegenpartij A, die betrokken was bij het geschil over de maatschap.
De rechtbank oordeelt dat deze functionele relatie, die verzoekster pas na benoeming van arbiter 1 ontdekte, objectief gezien gerechtvaardigde twijfel aan diens onpartijdigheid wekt. Dit omdat de adviseur namens A een standpunt innam over de maatschap, wat onderdeel is van het geschil.
De wraking tegen arbiter 1 wordt gegrond verklaard en hij wordt vervangen. De wraking tegen de andere arbiters wordt afgewezen, aangezien zij zich niet hebben gedistantieerd van arbiter 1’s beslissing en er geen objectieve aanwijzingen zijn voor hun partijdigheid.
De arbitrage wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij schorsing. De rechtbank benadrukt dat hoge eisen aan onpartijdigheid worden gesteld omdat het arbitraal vonnis niet of nauwelijks kan worden aangevochten.
Uitkomst: De wraking van arbiter 1 wordt gegrond verklaard en hij wordt vervangen; de wraking tegen de andere arbiters wordt afgewezen.