ECLI:NL:RBUTR:2012:BV0948
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging wijziging huurovereenkomst wegens dwaling en veroordeling tot betaling huurpenningen
De zaak betreft een huurovereenkomst tussen echtgenoten waarbij één partij langdurig in detentie zat en de andere partij de woning alleen betrok. De huurder diende een afstandsverklaring in, waarna verhuurder akkoord ging met de wijziging van de huurovereenkomst. Later bleek dat de detentie van de eerste huurder voortduurde, waarop verhuurder een beroep deed op dwaling.
Tijdens de comparitie werd vastgesteld dat de woning aan de huurder die alleen verbleef was toebedeeld na echtscheiding, maar dat geen verzoek was gedaan om haar als enige huurder te erkennen. Verhuurder stelde dat de huurder onjuiste informatie had verstrekt door niet te melden dat de andere huurder nog steeds in detentie zat, waardoor de afstandsverklaring op basis van dwaling moest worden vernietigd.
De huurder stelde dat zij wel had gemeld dat de andere huurder in detentie zat, maar dit werd door de kantonrechter niet aannemelijk geacht. Uit een verklaring van de penitentiaire inrichting bleek dat de detentie vanaf 2005 tot na de periode van de afstandsverklaring voortduurde. De huurder had daarmee haar mededelingsplicht geschonden.
De kantonrechter oordeelde dat verhuurder niet zonder meer met de afstandsverklaring had ingestemd indien zij de juiste situatie had gekend. De wijziging van de huurovereenkomst werd vernietigd voor de periode tot en met november 2008. De huurder werd veroordeeld tot betaling van de huurpenningen over die periode en de wettelijke rente. De vordering tot incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De wijziging van de huurovereenkomst wordt vernietigd wegens dwaling en B. wordt veroordeeld tot betaling van huurpenningen over juni tot en met november 2008.