ECLI:NL:RBUTR:2012:BV1588
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Bruins
- R.P. den Otter
- Y.A.T. Kruijer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor vervalsing en verduistering bekeuringen
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het uitschrijven van vervalste bekeuringen en het niet afdragen van geïnd geld. De tenlastelegging omvatte onder meer het vervalsen van bekeuringen en verduistering van geld in zijn functie als hoofdagent.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat er geen eenduidige getuigenverklaringen waren die verdachte als dader konden identificeren. Het handschriftkundig onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut was louter confirmatief en gericht op bevestiging van de schuld van verdachte, zonder alternatieve scenario’s te onderzoeken. Ook waren de kledingkasten waar bekeuringen werden aangetroffen niet altijd afgesloten en toegankelijk voor anderen.
De verdediging voerde aan dat het forensisch onderzoek onbetrouwbaar was en dat er sprake was van tunnelvisie, wat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De rechtbank verwierp dit verweer en oordeelde dat het onderzoek geen grove fouten bevatte die een schending van de procesorde vormden.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend vast te stellen dat verdachte de feiten had begaan. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde feiten.