ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2253
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst en berekening vergoeding wachtgeld en bovenwettelijke uitkering
De zaak betreft een geschil tussen Stichting Regionaal Opleidingen Centrum Midden Nederland (ROC) en een werknemer over de berekening van wachtgeld en bovenwettelijke uitkering na ontslag.
De werknemer stelde dat ROC geen rekening had gehouden met het feit dat zij tijdens de fictieve opzegtermijn van 1 februari tot 1 juni 2012 geen recht had op wachtgeld en bovenwettelijke uitkering, waardoor het berekende bedrag van €158.694,75 te hoog was. ROC betwistte dit en verwees naar jurisprudentie dat het risico van de fictieve opzegtermijn bij de werknemer ligt.
De kantonrechter oordeelde dat deze jurisprudentie niet van toepassing is omdat de uitkering eindigt bij pensionering, waardoor de fictieve opzegtermijn wel degelijk leidt tot inkomensderving. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 7 februari 2012 en de vergoeding werd vastgesteld op €120.000 bruto. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen, tenzij het verzoek tijdig werd ingetrokken.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden en een bruto vergoeding van €120.000 toegekend wegens onjuiste berekening van wachtgeld en bovenwettelijke uitkering.