ECLI:NL:RBUTR:2012:BV2578

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
30 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/369 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 2 FwArt. 350 lid 3 Fw
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming sollicitatieplicht

De rechtbank Utrecht behandelde het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, omdat zij haar arbeids- en sollicitatieplicht niet zou nakomen. Schuldenares ontving aanvankelijk een ZW-uitkering, maar was per januari 2011 hersteld en moest sindsdien voldoen aan haar arbeids- en sollicitatieverplichting. De rechter-commissaris had geen ontheffing verleend.

Tijdens de zitting verklaarde schuldenares dat zij vanaf februari 2012 fulltime als gastouder zou werken, maar haar inkomen lag onder het minimumloon, waardoor de sollicitatieplicht bleef bestaan. De rechtbank constateerde dat schuldenares niet aantoonbaar had gesolliciteerd en onvoldoende bewijs had geleverd van haar inspanningen. Hoewel zij een re-integratietraject volgde, ontsloeg dit haar niet van de sollicitatieverplichting.

De rechtbank nam kennis van de ingediende bankafschriften en inkomstenspecificaties en constateerde dat de boedelachterstand was ingelopen. Gezien het feit dat schuldenares per februari gaat werken en de verstrekte informatie, besloot de rechtbank de regeling niet tussentijds te beëindigen. Wel zal aan het einde van de reguliere looptijd worden beoordeeld of verlenging van de regeling noodzakelijk is om het niet nakomen van de sollicitatieplicht te compenseren.

Uitkomst: Verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen; schuldenares moet blijven solliciteren.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector handel en kanton
zaaknummer: 09/369 R
nummer verklaring: NGN0110803272
uitspraakdatum: 30 januari 2012
uitspraak op grond van artikel 350 lid 3 van Pro de Faillissementswet
(“voorstel tussentijdse beëindiging schuldsanering”)
enkelvoudige kamer
Bij vonnis van deze kamer van 29 december 2009 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenares],
geboren op [1983] te [geboorteplaats],
wonende [adres] [woonplaats],
hierna: schuldenares.
De bewindvoerder heeft verzocht om de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen. De rechter-commissaris heeft geadviseerd de toepassing van de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
Schuldenares, haar echtgenoot en de heer [A], de opvolgend bewindvoerder, zijn gehoord ter terechtzitting van 28 november 2011. Tevens was de heer A. Aslan aanwezig om te tolken.
Als grond voor de beëindiging is aangevoerd dat schuldenares haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt.
Ter terechtzitting heeft de bewindvoerder aangegeven dat schuldenares sinds mei 2011 de bewindvoerder geen relevante informatie heeft verstrekt. Na het verzoek tot tussentijdse beëindiging zijn de ontbrekende bankafschriften en inkomstenspecificaties overgelegd. De schuldenaar heeft niet aantoonbaar gesolliciteerd.
De schuldenares heeft ter terechtzitting verklaard dat zij per februari 2012 fulltime als gastouder aan de slag gaat.
De rechtbank heeft op 19 december 2011 kennis genomen van de brief van schuldenares over haar activiteiten om een betaalde baan te vinden en de mededeling van de bewindvoerder dat de boedelachterstand is ingelopen.
De rechtbank heeft op 4 januari 2012 kennisgenomen van een korte toelichting van schuldenares op de invulling van haar werkzaamheden per 1 februari 2012.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Uit de openbare verslagen is gebleken dat schuldenares bij aanvang van de regeling een ZW-uitkering ontving. Per januari 2011 is zij hersteld en ontvangt zij geen ZW uitkering meer. De rechter-commissaris heeft schuldenares geen ontheffing verleend van haar arbeids- en sollicitatieverplichting. Derhalve moet zij vanaf januari 2011 aan deze verplichting voldoen.
In haar brief van 12 december 2011 stelt schuldenares dat zij heeft voldaan aan de eisen van de (aanvullende) WWB uitkering en dat zij heeft gesolliciteerd bij meerdere bedrijven. Schuldenares heeft deze stellingen echter niet met bewijzen onderbouwd. Derhalve kan de rechtbank niet tot de conclusie komen dat zij aantoonbaar heeft gesolliciteerd. Voorts maakt de rechtbank uit de brief van 12 december 2011 op dat schuldenares via de gemeente Utrecht een re-integratietraject heeft gevolgd. Op grond van de Recofa-richtlijnen voor schuldsaneringsregelingen geldt dat deelname aan re-integratietrajecten onverlet laat dat schuldenares zich zelfstandig inspant om betaald werk te vinden. Daarnaast mag, zo blijkt uit diezelfde richtlijnen, het volgen van een opleiding, integratiecursus of andere cursus het verrichten van of het solliciteren naar fulltime werk niet in de weg staan. Het volgen van het re-integratietraject en het volgen van een cursus om als gastouder aan de slag te kunnen, ontslaat schuldenares dan ook niet van haar inspanningsverplichting te solliciteren naar een fulltime baan.
Het gedurende langere tijd niet nakomen van de sollicitatieverplichting is op zich voldoende om de regeling tussentijds te beëindigen. Nu schuldenares echter heeft aangetoond dat zij per februari gaat werken, de ontbrekende informatie heeft verschaft en de boedelachterstand heeft ingelopen, zal de rechtbank de schuldsaneringsregeling op dit moment niet beëindigen. Aan het einde van de reguliere looptijd zal de rechtbank bepalen of en in hoeverre de duur van de regeling zal worden verlengd teneinde het gedurende elf maanden niet voldoen aan de sollicitatieverplichting goed te maken. Thans moet de schuldenares eerst aantonen dat zij gedurende de resterende duur van de reguliere looptijd in staat is alle verplichtingen van de schuldsaneringsregeling na te komen.
Daarbij dient te worden opgemerkt dat met het uitvoeren van de fulltime werkzaamheden als gastouder schuldenares nog niet is ontslagen van haar sollicitatieverplichting. Dit vanwege het feit dat zij nog minder dan het minimum salaris zal gaan verdienen met haar werkzaamheden als gastouder. Schuldenares moet derhalve blijven solliciteren naar een beter betaalde baan.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt en in het openbaar uitgesproken op
30 januari 2012.