ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3005
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. Brouwer
- M.J. Veldhuijzen
- P.L.C.M. Ficq
- Rechtspraak.nl
Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens recidivegevaar oplichting
De rechtbank Utrecht behandelde op 23 januari 2012 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging van de terbeschikkinggestelde, veroordeeld voor oplichting en vernieling. De terbeschikkingstelling was gestart op 7 februari 2010. Het dossier bevatte onder meer een rapport van FPC 2landen waarin de psychiatrische problematiek en het recidivegevaar werden geanalyseerd.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de terbeschikkinggestelde een persoonlijkheidsstoornis met psychopathische trekken heeft, gecombineerd met een bipolaire stoornis. Hij vertoont manipulatief en oplichtingsgedrag, zowel binnen als buiten de kliniek. Ondanks het behandelaanbod weigert hij grotendeels mee te werken, wat het risico op recidive verhoogt. De deskundige achtte de kans op herhaling van oplichting groot, terwijl agressiedelicten minder waarschijnlijk zijn.
De verdediging voerde aan dat niet voldaan werd aan de wettelijke vereisten voor verlenging, gezien het ontbreken van gevaar voor de veiligheid van personen of goederen. De rechtbank oordeelde echter dat het gevaar voor de algemene veiligheid van goederen ook het eigendomsrecht en financiële schade omvat. Gezien het blijvende recidivegevaar en het feit dat de terbeschikkinggestelde ook binnen de kliniek delictgedrag vertoont, werd de verlenging met één jaar toegewezen.
De definitieve beslissing over voortzetting van de dwangverpleging werd aangehouden voor maximaal drie maanden om de reclassering in de gelegenheid te stellen een rapport op te stellen over mogelijke plaatsing in een passende GGZ-instelling en eventuele alternatieven. De rechtbank benadrukte de noodzaak van een setting met voldoende structuur, toezicht en beveiliging om de maatschappij te beschermen.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en houdt de definitieve beslissing omtrent voortzetting aan voor maximaal drie maanden.