ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3025
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling SprintPlan en toewijzing betaling achterstallige termijnen
Eiser sloot twee SprintPlanovereenkomsten met Aegon, waarbij de tweede overeenkomst door zijn dochter was ondertekend. Eiser vorderde terugbetaling van betaalde termijnen onder deze tweede overeenkomst, stellende dat hij deze niet had geautoriseerd. De rechtbank oordeelde dat deze vordering was verjaard omdat eiser vanaf 1 juli 2002 bekend was met de betalingen en geen tijdige stuitingshandeling had verricht.
Aegon vorderde in reconventie betaling van achterstallige termijnen van beide overeenkomsten. Eiser stelde verjaring en een niet nagekomen onderzoeks- en zorgplicht van Aegon als verweer, maar deze werden verworpen. De rechtbank achtte de verjaring gestuit door een stuitingsbrief van Aegon en oordeelde dat eiser niet tijdig had geklaagd over de zorgplicht.
De kantonrechter wees de vordering van eiser af en veroordeelde hem tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en proceskosten aan Aegon. De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens beperkte correspondentie. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vordering van eiser tot terugbetaling wordt afgewezen wegens verjaring, terwijl hij wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige termijnen en proceskosten aan Aegon.