ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3324
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bedrijfsauto en gereedschap na ontbinding vennootschap onder firma
In deze civiele zaak vordert eiser een voorlopige voorziening waarbij gedaagde wordt veroordeeld om binnen zeven dagen de bedrijfsauto en het daarin aanwezige gereedschap af te geven, onder dreiging van een dwangsom. Deze vordering hangt samen met de hoofdzaak waarin de ontbinding en verdeling van de vennootschap onder firma centraal staan.
De rechtbank overweegt dat de vennootschap per 31 december 2011 is ontbonden en dat de bedrijfsauto en gereedschap onderdeel zijn van de te verdelen goederengemeenschap. Beide partijen zijn van plan een nieuwe onderneming te starten in dezelfde branche. De bedrijfsauto is door gedaagde ook privé gebruikt, terwijl eiser over eigen vervoer en gereedschap beschikt.
Gezien het feit dat gedaagde voor zijn privé-vervoer afhankelijk is van de bedrijfsauto en eiser niet, weegt het belang van gedaagde bij voortgezet gebruik zwaarder. Daarom wijst de rechtbank de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten van het incident. De hoofdzaak zal op de parkeerrol komen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening af en veroordeelt eiser in de proceskosten.