ECLI:NL:RBUTR:2012:BV3330

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
20 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
283169 - HA ZA 10-549
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op bezwaar tegen kostenbegroting voorschot deskundigenonderzoek kapconstructie

In deze civiele zaak bij de rechtbank Utrecht betreft het een geschil over de kostenbegroting van een deskundigenonderzoek naar een tekortkoming in een kapconstructie. Bij tussenvonnis was een deskundige benoemd om vast te stellen wie verantwoordelijk is voor de tekortkoming en de omvang van de schade.

Eisers maakten bezwaar tegen het voorgestelde voorschot van €16.541, stellende dat het onderzoek te ruim is opgezet en dat volstaan kan worden met een beperkte vergelijking van spatkrachten en schriftelijke getuigenverklaringen. Gedaagden en de deskundige waren het hier niet mee eens en stelden dat een uitgebreid onderzoek inclusief mondelinge getuigenverhoren noodzakelijk is.

De rechtbank oordeelt dat het doel van het deskundigenonderzoek niet beperkt kan worden tot een eenvoudige technische vergelijking, maar dat ook getuigenverhoren en een nadere inspectie nodig zijn. De kostenbegroting wordt gelet op het ruime en complexe karakter van de opdracht niet onredelijk bevonden. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het voorschot wordt vastgesteld op het voorgestelde bedrag.

De rechtbank benadrukt dat de deskundige kostenbesparend en prudent moet handelen tijdens het onderzoek. De beschikking is in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2012 door mr. N.V.M. Gehlen.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de kostenbegroting van de deskundige wordt afgewezen en het voorschot vastgesteld op €16.541 inclusief BTW.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handel en kanton
Handelskamer
Beschikking van 20 januari 2012
in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: 283169 / HA ZA 10-549 van
1. [eiser sub 1],
wonende te [woonplaats],
2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats],
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
advocaat mr. R.M.A. Arnoldus te Haren
en
1. [gedaagde sub 1],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
advocaat mr. J. Faas te Groningen,
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. J. Faas te Groningen,
3. [gedaagde sub 3],
h.o.d.n. Aankoop- en Bouwbegeleiding Zekeurhuis,
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie,
advocaat mr. E.H. de Jonge-Wiemans te Utrecht,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EIGEN HUIS BOUWKUNDIG ADVIES B.V.,
gevestigd te Amersfoort,
gedaagde in conventie,
advocaat mr. E.H. de Jonge-Wiemans te Utrecht.
Partijen zullen hierna [eisers c.s.], [gedaagden sub 1 c.s.] en [gedaagden sub 3 c.s.] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 2 november 2011, waarbij een deskundige is benoemd
- de brief van 18 november 2011, waarbij de deskundige een kostenbegroting heeft ingediend
- de brief van 21 november 2011, waarbij de griffier deze begroting heeft gezonden aan partijen
- de brief van 2 december 2011, waarbij namens [eisers c.s.] bezwaar is gemaakt tegen de kostenbegroting
- de brief van 2 december 2011, waarbij namens [gedaagden sub 1 c.s.] is aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de kostenbegroting
- de brief van 6 december 2011, waarbij de griffier het bezwaar van [eisers c.s.] heeft voorgelegd aan de deskundige
- de brief van 16 december 2011, waarbij de deskundige op dit bezwaar heeft gereageerd
- de brief van 3 januari 2012, waarbij de griffier deze reactie heeft doorgezonden aan partijen
- de brief van 12 januari 2012, waarbij [gedaagden sub 3 c.s.] zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank
- de brief van 13 januari 2012, waarbij [gedaagden sub 1 c.s.] heeft gereageerd op het bezwaar van [eisers c.s.]
1.2. Deze beslissing is in het tussenvonnis van 2 november 2011 aangekondigd.
2. De beoordeling
2.1. Bij tussenvonnis van 2 november 2011 heeft de rechtbank de heer Muis van Arcadis te Assen benoemd als deskundige. Bij brief van 18 november 2011 heeft de deskundige aan de rechtbank verzocht om een voorschot van
€ 16.541,-- inclusief BTW.
2.2. [eisers c.s.] heeft bezwaar tegen dit voorschot gemaakt. Hij stelt - kort gezegd - dat het door de deskundige voorgestelde onderzoek te ruim is opgezet en beperkt kan blijven tot een vergelijking van de spatkrachten van de oorspronkelijke kapconstructie en die van de huidige kapconstructie. Voorts kan volgens [eisers c.s.] worden volstaan met schriftelijke getuigenverklaringen in plaats van een mondeling getuigenverhoor.
2.3. [gedaagden sub 1 c.s.] kan zich met het bezwaar van [eisers c.s.] niet verenigen, omdat met de door [eisers c.s.] voorgestelde aanpak niet alle aan de deskundige gestelde vragen kunnen worden beantwoord. Hij gaat ook niet akkoord met schriftelijke verklaringen, maar stelt wel voor om de deskundige niet bij de getuigenverhoren aanwezig te doen zijn.
2.4. Volgens de deskundige is de door hem voorgestelde aanpak niet uitgebreider dan op basis van de vraagstelling in het vonnis van 2 november 2011 verwacht mag worden.
2.5. Met zijn bezwaar miskent [eisers c.s.] dat het doel van het deskundigenonderzoek niet is om een tekortkoming in de kapconstructie vast te stellen (die staat vast), maar om vast te stellen wie van partijen ([eisers c.s.] of [gedaagden sub 1 c.s.]) verantwoordelijk is voor deze tekortkoming, of [gedaagden sub 1 c.s.] wetenschap van deze tekortkoming had en wat de omvang van de dientengevolge door [eisers c.s.] geleden schade is (zie overweging 2.7 onderdeel “Algemeen” van het tussenvonnis van 2 november 2011). De aan de deskundige gestelde vragen (met welke vragen [eisers c.s.] heeft ingestemd) zien op deze kwesties. Die vragen kunnen niet beantwoord worden aan de hand van de enkele vergelijking tussen de spatkrachten van de oorspronkelijke en huidige kapconstructie. Daarvoor zal een nadere inspectie van de huidige kapconstructie moeten plaatsvinden in combinatie met een getuigenverhoor waarbij (onder meer) de partijgetuigen kunnen verklaren over hun handelingen met betrekking tot de kapconstructie en over de wetenschap van [gedaagden sub 1 c.s.] met betrekking tot gebreken aan de kapconstructie. Overlegging van schriftelijke getuigenverklaringen, zoals [eisers c.s.] heeft geopperd, is daartoe onvoldoende, nu de deskundige de getuigen nodig heeft voor zijn onderzoek en in dat kader moet kunnen doorvragen op de door de getuigen af te leggen verklaringen. Daarbij komt dat ook van belang is om de partijgetuigen onder ede te kunnen horen, nu partijen standpunten innemen die niet met elkaar te verenigen zijn. Vanwege het belang van de getuigenverklaringen voor het onderzoek van de deskundige is de aanwezigheid van de deskundige bij de getuigenverhoren van essentieel belang, zodat het voorstel van [gedaagden sub 1 c.s.] op dit punt niet wordt gevolgd.
Ten slotte zal de deskundige ook (nu daarover verschil van mening bestaat tussen partijen) een oordeel moeten geven over de omvang van de schade. Ook dat onderdeel van de bewijsopdracht kan niet door een vergelijking van spatkrachten worden vervuld.
2.6. De begroting van het voorschot van de deskundige komt de rechtbank gelet op het ruime bereik en ingewikkelde karakter van de aan de deskundige gestelde vragen niet onredelijk voor.
2.7. De rechtbank merkt wel op dat als de deskundige tijdens zijn onderzoek een mogelijkheid voor kostenbesparing ziet, gelet op de wijze waarop zijn onderzoek zich ontwikkelt, hij die mogelijkheid dient te benutten. Ook dient de deskundige op een prudente wijze om te gaan met inschakeling van anderen voor zijn onderzoek (zoals de door de deskundige naar voren gebrachte heer [A]).
2.8. Gelet op het voorgaande is het bezwaar van [eisers c.s.] tegen de kostenbegroting ongegrond.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het bedrag van € 16.541,-- inclusief BTW.
Deze beschikking is gegeven door mr. N.V.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2012.