ECLI:NL:RBUTR:2012:BV6632
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks belastingschuld uit kennelijk onbehoorlijk bestuur
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 288 lid 3 van Pro de Faillissementswet. De schuldenlast bestaat uit een belastingschuld van €156.020, ontstaan door hoofdelijk aansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Hoewel deze schuld niet als te goeder trouw wordt aangemerkt, wordt het verzoek toegewezen omdat verzoeker een daadwerkelijke gedragsverandering heeft aangetoond.
De normschending vond plaats tussen september en december 2006, de periode waarin verzoeker het bestuurderschap aanvaardde. Vanaf januari 2007 heeft verzoeker correcte aangiften gedaan en actief maatregelen genomen om de situatie te verbeteren. De rechtbank acht aannemelijk dat verzoeker met zijn huidige inkomen binnen de wettelijke regeling minimaal 20% van de schuld kan voldoen, mede omdat de Belastingdienst met andere bestuurders een akkoord heeft gesloten over betaling van 20%.
De rechtbank verhoogt het bedrag dat buiten de boedel blijft conform de beslagvrije voet en kent een voorschot toe op het salaris van de bewindvoerder. Tevens wordt de bewindvoerder gemachtigd om post van verzoeker te openen. Het vonnis is uitgesproken door mr. A.A.T. van Rens op 6 februari 2012.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe ondanks belastingschuld uit kennelijk onbehoorlijk bestuur vanwege bewezen gedragsverandering.