ECLI:NL:RBUTR:2012:BV6757

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
22 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-711250-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing tot verlenging proeftijd en wijziging bijzondere voorwaarden klinische behandeling

De rechtbank Utrecht heeft op 22 februari 2012 een beslissing genomen op de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De veroordeelde was problematisch gokker en vertoonde een omvangrijke problematiek die onvoldoende werd aangepakt met ambulante behandeling.

Tijdens de zitting gaf de veroordeelde aan gemotiveerd te zijn voor een intensieve klinische behandeling, ondanks zijn moeite met de duur daarvan. De officier van justitie verzocht de rechtbank om afwijzing van de tenuitvoerleggingsvordering en wijziging van de bijzondere voorwaarden, zodat de veroordeelde mee zou werken aan klinische opname en behandeling. De raadsvrouw sloot zich hierbij aan.

De rechtbank wees de vordering tot tenuitvoerlegging af, wijzigde de bijzondere voorwaarden door opname in een klinische instelling (FPA Roosenburg of soortgelijke instelling) voor maximaal één jaar te verplichten, en verlengde de proeftijd met één jaar. De reclasseringsinstelling werd opgedragen de veroordeelde te ondersteunen bij de naleving van deze voorwaarden.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de bijzondere voorwaarden en verlengt de proeftijd met één jaar, waarbij opname in een klinische instelling verplicht wordt gesteld.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Parketnummer: 16/711250-10
Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht d.d. 22 februari 2012.
In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen
[veroordeelde]
geboren op [1985] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats], [adres]
heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.
1 De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- het vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 september 2010;
- de vordering van de officier van justitie d.d. 9 november 2011;
- het advies tot tenuitvoerlegging dd 24 augustus 2011 opgesteld door C. Cartmel namens Reclassering Nederland;
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 19 december 2011 en van 8 februari 2012
- de overige stukken.
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.
Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S.M.J. van de Ven, advocaat te Amersfoort. Voorts is mevr. C.N. Cartmel van Reclassering Nederland gehoord.
2 De beoordeling.
Aan veroordeelde is bij voormeld vonnis een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 8 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt een meldingsgebod, een behandelverplichting bij De Waag of een soortgelijke instelling en andere voorwaarden het gedrag van de veroordeelde betreffende, zoals het deelnemen aan begeleide kamerbewoning bij Exodus of een soortgelijke instelling en het deelnemen aan een schuldhulpverleningstraject.
Voormeld vonnis is onherroepelijk geworden op 5 oktober 2010.
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting, alsmede gelet op de inhoud van de terugmelding van de reclassering van 24 augustus 2011, is onder meer gebleken dat ambulante behandeling bij De Waag onvoldoende is voor de omvangrijke problematiek van de veroordeelde en onvoldoende om het recidiverisico te verkleinen. Ook is tijdens het toezicht gebleken dat veroordeelde problematisch gokt, hetgeen hem tot vermogensdelicten brengt.
Drs. F. Jonker, GZ-psycholoog, heeft op 1 februari 2012 aanvullend gerapporteerd en geadviseerd veroordeelde aan te melden voor een klinische behandeling bij FPA Roosenburg te Den Dolder voor de duur van minimaal één jaar. Indien deze instelling ongeschikt blijkt te zijn, bieden Inforsa te Amsterdam of FPA Heiloo (onderdeel van GGZ Noord-Holland Noord) alternatieve mogelijkheden, aldus drs. Jonker.
Ter zitting heeft de veroordeelde aangegeven tot het inzicht te zijn gekomen dat hij een intensieve klinische behandeling nodig heeft. Alhoewel hij moeite heeft met de verwachte duur van de behandeling, is hij gemotiveerd deze klinische behandeling te ondergaan.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf af te wijzen en de opgelegde bijzondere voorwaarden te wijzigen, in die zin dat verdachte dient mee te werken aan een klinische opname en behandeling.
De raadsvrouw heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie dient te worden afgewezen, dat de aan veroordeelde opgelegde bijzondere voorwaarde dient te worden gewijzigd en de proeftijd dient te worden verlengd.
3 De beslissing.
De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie van 9 november 2011 af.
Zij wijst toe de vordering tot wijziging van de aan veroordeelde opgelegde bijzondere voorwaarden waarna deze luiden als volgt:
de veroordeelde dient zich tijdens de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt:
- een meldingsgebod, zo vaak en zo lang als de reclassering dit nodig acht;
- opname in FPA Roosenburg of een soortgelijke instelling, voor de duur van
maximaal één jaar.
Zij draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden.
Zij verlengt de proeftijd met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. J. Ebbens, voorzitter, mr. P. Bender en mr. J.M. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier D.G.W. van de Haar-Kleijer en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 22 februari 2012.