ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7107
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Maanen
- J.R. Krol
- C.A.M. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet ontvankelijk wegens onjuiste beperking hoger beroep
De zaak betreft een vervolging van verdachte voor het valselijk opmaken van facturen en vervoersdocumenten in de periode van 2000 tot 2004. Eerder was verdachte al voor hetzelfde feit vervolgd, maar de dagvaarding werd toen nietig verklaard voor dat specifieke feit. De officier van justitie stelde beroep in tegen het gehele vonnis, maar gaf in een schriftuur aan dat het beroep zich niet richtte tegen de nietigverklaring van dat specifieke feit.
Tijdens de behandeling stelde de officier van justitie zich ontvankelijk, maar de rechtbank oordeelt anders. Op grond van artikel 407 Wetboek Pro van Strafvordering kan hoger beroep slechts integraal worden ingesteld, tenzij meerdere strafbare feiten zijn gevoegd. De beperking van het hoger beroep moet direct bij het instellen worden aangegeven, wat hier niet is gebeurd.
De rechtbank concludeert dat het beroep zich integraal richt tegen het vonnis, inclusief het nietig verklaarde feit. Hierdoor is het oordeel over de nietigheid nog niet definitief en kan de officier van justitie niet ontvankelijk worden verklaard in de vervolging. De rechtbank verklaart daarom de officier van justitie niet ontvankelijk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens onjuiste beperking van het hoger beroep.