ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7121
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Krol
- A. van Maanen
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bedreiging medewerkers Bureau Jeugdzorg en poging zware mishandeling
De rechtbank Utrecht heeft verdachte schuldig bevonden aan vier bedreigingen gericht tegen medewerkers van Bureau Jeugdzorg en aan poging tot zware mishandeling van een vrouw in 2007. De bedreigingen betroffen onder meer dreigementen met de dood en geweld, waarbij medewerkers zich ernstig bedreigd en onveilig voelden tijdens hun werk. De poging tot zware mishandeling betrof meerdere geweldsincidenten waarbij het slachtoffer ernstig letsel opliep.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van slachtoffers, getuigen en medische rapporten die het letsel bevestigden. Verdachte erkende enkele bedreigingen en geweldsincidenten, maar stelde dat sommige uitingen slechts voorbeelden waren of in een opwelling gedaan. De rechtbank oordeelde dat de bedreigingen objectief gezien de redelijke vrees voor het leven konden veroorzaken en dat de poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen was.
Psychiatrische rapporten concludeerden dat verdachte een persoonlijkheidsstoornis heeft met verminderde controle over agressieve impulsen, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar is. De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen en het recidiverisico. De strafmaat werd vastgesteld op 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, inclusief reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden zoals behandeling en contactverbod met Bureau Jeugdzorg.
Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van €750 aan het slachtoffer wegens immateriële schade. De rechtbank gelastte ook de tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf wegens overtreding van voorwaarden. De uitspraak onderstreept het belang van bescherming van medewerkers in hun werk en het zwaarwegende karakter van bedreigingen en geweld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met reclasseringstoezicht en een schadevergoeding van €750.