ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7148
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen oplegging alcoholslotprogramma beginnend bestuurder
Verzoeker werd op 10 december 2011 aangehouden wegens rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 520 µg/l, waarna zijn rijbewijs werd ingevorderd en hem een alcoholslotprogramma (ASP) werd opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang voldoende was vanwege een dreigend verlies van een arbeidsovereenkomst als hij niet tijdig over een geldig rijbewijs beschikte. Juridisch werd vastgesteld dat verzoeker als beginnend bestuurder werd aangemerkt en dat de oplegging van het ASP op grond van de Wegenverkeerswet en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 terecht was.
Verzoekers bezwaren over willekeur van de politie, het gelijkheidsbeginsel en de financiële draagkracht werden verworpen. De regeling schrijft immers imperatief voor dat de kosten van het ASP volledig door de overtreder worden gedragen, zonder ruimte voor proportionaliteitstoets. Ook werd geoordeeld dat het betalen van deze kosten geen strafrechtelijke boete betreft, zodat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af en bevestigde daarmee het besluit van het CBR om het rijbewijs ongeldig te verklaren en het ASP op te leggen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het opleggen van het alcoholslotprogramma wordt afgewezen.