ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7320
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.V.M. Veldhoen
- I.M. Vanwersch
- L. Jongen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens vermeende beroepsfout advocaat bij uitstel kort geding
Eiser, voormalig Senior Personnel Officer bij DSM, vorderde schadevergoeding van zijn advocaat wegens onrechtmatig handelen door zonder overleg akkoord te gaan met uitstel van een kort geding, wat volgens hem leidde tot een lagere ontslagvergoeding.
De Raad van Discipline had eerder een berisping opgelegd aan de advocaat wegens nalatigheid, maar de rechtbank oordeelde dat deze tuchtrechtelijke maatregel niet automatisch civiele aansprakelijkheid impliceert. De rechtbank stelde vast dat de advocaat de zorgvuldigheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet Pro niet had geschonden in die zin dat sprake was van onzorgvuldig handelen dat leidt tot aansprakelijkheid.
Daarnaast concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende feiten had gesteld om het causaal verband tussen het handelen van de advocaat en de door hem gestelde schade aannemelijk te maken. Ook het argument dat DSM bereid zou zijn geweest een hogere vergoeding te betalen, werd niet onderbouwd.
De rechtbank wees daarom de vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten. Het vonnis benadrukt dat een algemene zorgvuldigheidsnorm geldt en dat omkering van de bewijslast niet aan de orde is in deze zaak.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens vermeende beroepsfout advocaat wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen en causaal verband.