ECLI:NL:RBUTR:2012:BV7697
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelating categorale vakbond NVvPO tot CAO-overleg Huisartsenzorg
De Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners (NVvPO) vordert dat de werkgeversverenigingen LHV c.s. haar toelaten tot het overleg over de eerstvolgende collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor de Huisartsenzorg. NVvPO vertegenwoordigt een groot aantal praktijkondersteuners en is representatiever dan enkele vakbonden die reeds deelnemen aan het overleg. LHV c.s. verzetten zich tegen toelating, stellende dat NVvPO niet representatief is, dat toelating tot oververtegenwoordiging leidt en dat de versnippering van het overleg onwerkbaar zou worden.
De rechtbank stelt vast dat NVvPO een aanzienlijk ledenbestand heeft, voornamelijk bestaande uit praktijkondersteuners, en dat zij representatiever is dan AbvaKabo FNV en CNV Publieke Zaak samen. De rechtbank oordeelt dat de contractsvrijheid van CAO-partijen beperkt is door het belang van vakverenigingsvrijheid en dat NVvPO daarom in beginsel recht heeft op toelating. De specifieke vertegenwoordiging van praktijkondersteuners door NVvPO vormt geen belemmering voor toelating, ook niet vanwege mogelijke oververtegenwoordiging of versnippering.
De rechtbank verwerpt de overige bezwaren van LHV c.s., zoals het gebrek aan deskundigheid en financiële armslag van NVvPO. De weigering van LHV c.s. om NVvPO toe te laten tot het CAO-overleg is onrechtmatig. LHV c.s. worden veroordeeld tot toelating van NVvPO en tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: LHV c.s. worden veroordeeld om NVvPO toe te laten tot het CAO-overleg en tot betaling van proceskosten.