ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9031
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Wagenmakers
- J. Ebbens
- Z.J. Oosting
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na afpersing en witwassen
De rechtbank Utrecht heeft op 13 februari 2012 een ontnemingsvonnis uitgesproken tegen verdachte, die eerder door de meervoudige strafkamer was veroordeeld voor afpersing in oktober 2010. De ontnemingsvordering betrof een bedrag van €7.500, bestaande uit €5.000 verkregen uit afpersing en €2.500 uit witwassen.
Tijdens de terechtzittingen op 31 januari en 2 februari 2012 heeft de officier van justitie zijn vordering uitgebreid met het bedrag van €2.500 wegens witwassen. De verdediging heeft verzocht de vordering van €5.000 niet-ontvankelijk te verklaren en de vordering van €2.500 af te wijzen, stellende dat verdachte vrijgesproken dient te worden van afpersing.
De rechtbank baseert haar oordeel op verklaringen van verdachte, getuigen en politieambtenaren, waaruit blijkt dat verdachte het geldbedrag van €5.000 daadwerkelijk heeft ontvangen en dat ook het bedrag van €2.500 afkomstig was van door verdachte gepleegde witwasfeiten. Op grond hiervan legt de rechtbank een ontnemingsmaatregel op tot betaling van €7.500 aan de Staat.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot betaling van €7.500 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.