ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9065
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking DHW- en exploitatievergunning horeca
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om hun DHW-vergunning en exploitatievergunning voor hun horecabedrijf in te trekken. Het college baseerde het besluit op meerdere geweldsincidenten, waaronder een ernstig steekincident op 9 oktober 2011, en het niet voldoen aan de eis dat leidinggevenden niet van slecht levensgedrag mogen zijn.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college terecht heeft geoordeeld dat de incidenten, met name het steekincident, een gevaar voor de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid opleveren. Dit rechtvaardigt de intrekking van de vergunningen op grond van de wettelijke bepalingen in de Drank- en Horecawet en de Horecaverordening Utrecht 2004.
Verzoekers stelden onder meer dat het college een begunstigingstermijn had moeten hanteren en dat de intrekking niet goed gemotiveerd was. De voorzieningenrechter wijst deze argumenten af en stelt dat het college tijdig schriftelijk heeft gewaarschuwd en dat de intrekking binnen de wettelijke kaders is uitgevoerd.
Hoewel de burgemeester de termijn van zes maanden voor het niet verlenen van een nieuwe exploitatievergunning niet heeft gemotiveerd, kan dit in de bezwaarprocedure worden hersteld. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het besluit te schorsen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de DHW- en exploitatievergunning wordt afgewezen.