ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9666
Rechtbank Utrecht
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Mr. Mijnlieff verzocht op 13 januari 2012 om wraking van mr. [X], rechter in de Sector handel en kanton, wegens vermeende vooringenomenheid in een civiele procedure. Hij stelde dat mr. [X] hem benadeelde door proceshandelingen en een bewijsopdracht die hem oneerlijk zouden treffen.
De rechtbank onderzocht het verzoek aan de hand van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel 6 EVRM Pro, waarbij de onpartijdigheid van rechters wordt vermoed tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen. De rechtbank concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid vormden.
Daarnaast werd vastgesteld dat het wrakingsverzoek met betrekking tot de comparitiezitting van 17 mei 2011 niet tijdig was ingediend en daarom niet-ontvankelijk was. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet bedoeld is om onjuiste rechterlijke uitspraken aan te vechten, waarvoor appel openstaat.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af en bevestigde dat mr. [X] haar taak onpartijdig had vervuld door beide partijen gelegenheid te geven hun standpunten te onderbouwen en het tussenvonnis pas na volledige behandeling te wijzen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. [X] wordt afgewezen wegens gebrek aan feiten die rechterlijke vooringenomenheid aantonen.