ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9857
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende overtuigend bewijs van bedreiging ondanks wettig bewijs
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak waarin verdachte samen met een medeverdachte werd verdacht van bedreiging van aangever op 18 november 2011. Aangever verklaarde dat hij onder dwang en bedreigingen, waaronder doodsbedreigingen aan zijn vriendin, werd meegenomen en vastgehouden. Diverse getuigen bevestigden de angstige toestand van aangever en de intimiderende sfeer.
De officier van justitie stelde dat sprake was van medeplegen en dat wettig en overtuigend bewijs aanwezig was. De verdediging betwistte de geloofwaardigheid van aangever en stelde dat geen bedreigingen hadden plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelde dat hoewel voldoende wettig bewijs aanwezig was, de verklaringen van aangever inconsistent en deels ongeloofwaardig waren. Aangever had mogelijk overdreven en zijn verklaringen waren niet volledig betrouwbaar. Ook het bewijs van controle over zijn telefoon en onvrijwillige situatie werd niet aannemelijk geacht.
Daarom ontbrak het aan overtuigend bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd. Verdachte werd vrijgesproken. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van bedreiging.