ECLI:NL:RBUTR:2012:BV9987
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie wegens extreem tijdsverloop in vervolging valsheid in geschrift
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van valsheid in geschrift gepleegd tussen 2002 en 2003. Na aangifte in 2003 duurde het ruim acht jaar voordat de zaak daadwerkelijk aan de rechter werd voorgelegd, mede door een sepotbeslissing en een bevel van het Gerechtshof tot vervolging.
De verdediging stelde dat het lange tijdsverloop onaanvaardbaar was en verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. De rechtbank constateerde dat het tijdsverloop extreem was en dat de officier van justitie tekort was geschoten in de voortvarende behandeling, onder meer door late dossierverstrekking en fouten bij betekening.
Hoewel de Hoge Raad in een arrest van 2008 bepaalde dat een schending van de redelijke termijn niet snel tot niet-ontvankelijkheid leidt, oordeelde de rechtbank dat in deze zaak sprake was van een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde. De rechtbank verklaarde daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens extreem tijdsverloop en schending van de procesorde.