ECLI:NL:RBUTR:2012:BW0119
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Ebbens
- J. R. Krol
- R.G.A. Beaujean
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte beroving pizzakoerier wegens onvoldoende bewijs
Op 19 januari 2010 werd een pizzakoerier te Maarn beroofd van €240,-. Verdachte werd ervan verdacht samen met een medeverdachte deze beroving te hebben gepleegd. De officier van justitie baseerde haar bewijs op de aangifte, verklaringen van de medeverdachte en telefoongegevens tussen verdachte en medeverdachte.
De verdediging voerde aan dat de verklaring van de medeverdachte onvoldoende betrouwbaar was, omdat deze aanvankelijk een andere persoon als mededader noemde en pas later verdachte aanwees. Ook wezen zij op het ontbreken van bewijs dat de telefoongesprekken verband hielden met de beroving. Daarnaast waren er discrepanties tussen het signalement van de aangever en het postuur van verdachte.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de medeverdachte onvoldoende betrouwbaar was vanwege wisselende verklaringen en het ontbreken van aanvullend bewijs. Telefoongegevens konden niet overtuigend aan het strafbare feit worden gekoppeld. De foto’s van de plaats delict vormden geen aanleiding tot twijfel over de aangifte, maar boden geen bewijs tegen verdachte. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte was vrijgesproken. De rechtbank bepaalde dat de vordering bij de burgerlijke rechter kon worden aangebracht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van de beroving wegens onvoldoende bewijs.