ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1055
Rechtbank Utrecht
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling wegens overtreding algemene voorwaarde
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie vordert de voorlopige tenuitvoerlegging van deze straf omdat de veroordeelde zich niet zou hebben gehouden aan de algemene voorwaarde om geen strafbare feiten te plegen, zoals omschreven in artikel 14c lid 1 Sr.
De rechter-commissaris onderzoekt ambtshalve of de regeling van artikel 14fa Sr, die versnelling van de tenuitvoerlegging mogelijk maakt, toegepast kan worden op voorwaardelijke veroordelingen van vóór 1 april 2012 zonder strijd met het legaliteitsbeginsel. Gezien het karakter van de regeling, die geen verandering in strafzwaarte inhoudt maar alleen de uitvoering versnelt, wordt geoordeeld dat het legaliteitsbeginsel niet wordt geschonden.
De raadsvrouw van de veroordeelde stelde dat de officier van justitie niet ontvankelijk is omdat de veroordeelde niet op grond van artikel 14fa Sr was aangehouden, maar alleen voor een nieuw feit. De rechter-commissaris wijst dit verweer af en acht de officier van justitie ontvankelijk.
Gelet op het ernstige karakter van het nieuwe feit (stelen of vernielen van een koplamp van een fiets) acht de rechter-commissaris toewijzing van de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging gerechtvaardigd. De rechter-commissaris beveelt dan ook de voorlopige tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf.
Uitkomst: De rechter-commissaris beveelt de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf wegens overtreding van de algemene voorwaarde.