ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1070
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot in- en uitchecken met OV-chipkaart voor studenten in vrij reizen periode niet onrechtmatig
De zaak betreft een student die bezwaar maakte tegen de door NS opgelegde verplichting tot in- en uitchecken met de OV-chipkaart tijdens de vrij reizen periode. De student stelde dat deze verplichting geen wettelijke of contractuele grondslag heeft en in strijd is met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp).
De rechtbank overwoog dat NS contractueel gerechtigd is om deze verplichting op te leggen op grond van artikel 18.2 van de Algemene Voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage (AVR-NS). Deze bepaling geeft NS het recht om reizigers te verplichten correct in te checken bij aanvang van de rit. Uitchecken is een logisch gevolg van inchecken en noodzakelijk voor de geldigheid van het vervoersbewijs.
Verder oordeelde de rechtbank dat de gegevensverwerking die plaatsvindt bij het in- en uitchecken noodzakelijk is voor de uitvoering van de vervoersovereenkomst tussen NS en de reiziger, zoals bedoeld in artikel 8 onder Pro b Wbp. De wettelijke uitzondering in artikel 5 Besluit Pro Personenvervoer 2000 op het inchecken bij treinvervoer staat niet in de weg aan de contractuele verplichting van NS.
De vorderingen van de student werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaarde hem niet ontvankelijk in de vorderingen jegens NS Reizigers, maar wel ontvankelijk jegens NS Groep, die verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens.
Uitkomst: De verplichting voor studenten om in- en uit te checken met de OV-chipkaart tijdens de vrij reizen periode is contractueel en wettelijk gegrond en de vorderingen worden afgewezen.