ECLI:NL:RBUTR:2012:BW1700
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip basispremie in een individuele arbeidsovereenkomst inzake pensioenpremies
In deze zaak staat de uitleg van het begrip 'basispremie' in artikel 5 van Pro de individuele arbeidsovereenkomst centraal. Eiser vordert dat Lloyds Apotheken de volledige pensioenpremie aan de Stichting Pensioenfonds Apothekers (SPOA) voldoet zonder verrekening met vorderingen op eiser. Lloyds betwist dit en stelt dat alleen de basispremie volgens het pensioenreglement voor haar rekening komt, terwijl aanvullende premies door eiser zelf worden betaald.
De kantonrechter past de Haviltex-maatstaf toe en betrekt daarbij het pensioenreglement van SPOA. Uit het reglement volgt dat de basispremie een vast bedrag is, vastgesteld op € 11.400,- voor de jaren 2008 tot en met 2011. Eiser heeft hogere premies opgegeven, gebaseerd op een hoger pensioengevend salaris, maar deze worden niet als basispremie aangemerkt. De kantonrechter oordeelt dat eiser redelijkerwijs niet mocht verwachten dat Lloyds de hogere keuzepremies zou betalen.
De vordering van eiser wordt afgewezen, maar Lloyds wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser. In reconventie vordert Lloyds terugbetaling van teveel betaalde premies, maar deze vordering wordt eveneens afgewezen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. De proceskosten in reconventie worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen en Lloyds Apotheken wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan eiser.