ECLI:NL:RBUTR:2012:BW3447
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling mobiel telefoonabonnement wegens geslaagd tegenbewijs
Intrum Justitia vordert betaling van een mobiel-telefoonabonnement dat volgens hen door gedaagde is afgesloten. Gedaagde betwist dit en voert aan dat zij op het moment van de overeenkomst aan het werk was in de juwelierswinkel van haar vader en dat haar ex-vriend de overeenkomst op haar naam heeft gesloten zonder haar toestemming.
De kantonrechter stelt dat gedaagde in het tegenbewijs is geslaagd door haar eigen verklaring en die van haar vader, die bevestigt dat zij op de betreffende dag de hele dag in de winkel aanwezig was. Ook het feit dat de pinpas en het paspoort van gedaagde bij haar ex-vriend lagen, en eerdere vergelijkbare gevallen van misbruik door die ex-vriend, ondersteunen dit.
Intrum Justitia heeft de bewijslast en het bewijsrisico, maar is er niet in geslaagd dit te ontzenuwen. De vordering wordt daarom afgewezen. Intrum Justitia wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, die begroot zijn op €400,00.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het telefoonabonnement wordt afgewezen omdat gedaagde aannemelijk heeft gemaakt dat zij de overeenkomst niet heeft gesloten.