ECLI:NL:RBUTR:2012:BW3534
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling huur en onderhoudsgebreken bedrijfsruimte met opschortingsrecht afgewezen
De zaak betreft een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte tussen eiser en gedaagde, waarbij gedaagde de huurbetalingen opschortte wegens vermeende gebreken aan het gehuurde. Eiser vordert betaling van achterstallige huur, boetes, resterende koopsom en toekomstige huurtermijnen. Gedaagde vordert vergoeding voor achterstallig onderhoud en nakoming daarvan.
De kantonrechter beoordeelt dat de door gedaagde aangevoerde gebreken onvoldoende zijn onderbouwd om de huurbetaling op te schorten. Uit correspondentie en verklaringen blijkt dat klachten over de cv-installatie en vochtproblemen niet adequaat zijn aangetoond en dat eiser bereid is een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren. Het beroep op opschorting wordt daarom verworpen.
De vordering van eiser tot betaling van achterstallige huur, boetes en koopsom wordt grotendeels toegewezen, met inachtneming van een overeengekomen huurkorting. De vordering van gedaagde tot schadevergoeding wegens onderhoudsgebreken wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van aantoonbare schade.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.J. Slootweg en op 11 april 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 68.134,29 aan achterstallige huur, boetes en koopsom, terwijl haar beroep op opschorting en schadevergoeding wordt afgewezen.