ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4874
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.A.E. Somsen
- M.J. Grapperhaus
- M.J. Veldhuijzen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkrachting en veroordeling diefstal met braak van personenauto
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting op 18 augustus 2002 en diefstal met braak van een personenauto op 28 februari 2003. De rechtbank oordeelde dat het bewijs voor de verkrachting onvoldoende was om verdachte wettig en overtuigend te schuldig te verklaren, mede gelet op het tijdsverloop en de alternatieve lezing van verdachte over het seksuele contact met de aangeefster, die als prostituee werkzaam was.
Voor het tweede feit, de diefstal van een personenauto waarbij verdachte een ruit had ingeslagen, achtte de rechtbank het bewijs wel wettig en overtuigend. DNA-materiaal van verdachte werd aangetroffen op een bierflesje in de gestolen auto, die binnen enkele uren na de diefstal was teruggevonden. Verdachte gaf geen aannemelijke verklaring voor zijn DNA in de auto.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 6 weken voor de diefstal, waarbij de tijd in voorarrest in mindering werd gebracht. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering, omdat de verkrachting niet bewezen werd verklaard. De rechtbank hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte bij de strafoplegging.
Uitkomst: Vrijspraak voor verkrachting en 6 weken gevangenisstraf voor diefstal met braak.